Toespraak dodenherdenking 4 mei 2021

Vandaag is het 4 mei. Elk jaar is het vandaag “dodenherdenking”.

Net als vorig jaar komen we niet samen, hier op de begraafplaats.

Net als vorig jaar is alles anders, met corona.

De doden waar we op 4 mei aan denken zijn mensen die dood gingen aan oorlog en vervolging.

Maar bij dodenherdenking denk ik nu ook aan een heleboel mensen die zijn overleden aan corona.

Veel mensen hebben daar het afgelopen jaar iemand aan verloren. Dat is ongelofelijk verdrietig.

Maar vandaag, 4 mei, is dodenherdenking ergens anders voor bedoeld.

We denken aan alle mensen die zijn gestorven in de Tweede Wereld-oorlog.

En aan de mensen die zijn omgekomen omdat ze voor ons als soldaat naar verre landen moesten.

Bij oorlog zijn er altijd ook veel vragen.

Is het nodig om te vechten?

Hadden we kunnen voorkomen dat het gebeurde?

Maar áls het dan nodig is, dan sturen we soldaten.

En die gaan dan ook.

Of ze komen Nederland bevrijden, 76 jaar geleden.

Uit verre landen, helemaal hierheen.

Vaak was het hun eerste buitenlandse reis.

Vorig jaar was 4 mei bijzonder, omdat het 75 jaar na het einde van de Tweede Wereld-oorlog was.

Toen hebben we de schitterende vrijheids-tulpen zien bloeien.

Dit jaar is het weer bijzonder.

Het is 70 jaar geleden dat de Molukse soldaten en hun familie naar Nederland moesten komen. Eeuwen-lang hadden ze voor ons gevochten en gewerkt, maar 70 jaar geleden kwam daar opeens een eind aan.

Dat verdriet heeft dit jaar een speciale plek en aandacht gekregen.

Hopelijk kunnen we nog voor de zomer van de regering iets bijzonders over horen.

In de Tweede Wereld-oorlog zijn Krimpense soldaten om het leven gekomen.

Zij gingen vechten, op de fiets, lopend, tegen een groot en machtig Duits leger. Hun namen staan hier op het eregraf.

Straks horen we van een familielid van eentje van hen. Hij vertelt hoe het was dat zijn broer dood ging in de oorlog.

We horen wat een verdriet dat gaf aan het gezin.

Want oorlog is een groot begrip, maar oorlog bestaat uit een hele grote optelsom van kleine verhalen.

Vanochtend hebben we Levenslicht van Daan Roosegaarde een vaste plek bij het raadhuis gegeven.

En het afgelopen jaar hebben we de struikelstenen gelegd.

Daarop staan de namen van de joodse Krimpenaren die vermoord zijn door de Duitsers.

Soms met hulp van Krimpenaren, soms omdat mensen een ordinaire burenruzie op die manier wilden oplossen.

“Stuur maar naar de kampen”.

Want we wisten allemaal dat de treinen leeg terugkwamen uit Oost-Europa.

Met dat kunstwerk en met die struikelstenen zorgen we voor de levende herinnering.

In de oorlog gingen ook in Krimpen mensen dood van de honger. Of ze werden ziek, moesten ze zich dood werken voor de Duitse oorlogs-economie.

In Krimpen wonen ook vandaag de dag veel mensen die oorlog op andere plekken hebben meegemaakt. Mensen uit Nederlands-Indië, zoals dat toen nog heette.

Heel veel Molukse soldaten kwamen met hun gezin naar Nederland, en moesten blijven.

Maar ook kwamen er mensen uit Syrië, uit Afghanistan, uit Eritrea, Somalië, mensen uit heel veel landen waar je kon kiezen:

Vechten voor de dictator, of vluchten.

Je mond houden, of rennen.

Gedood worden, of wegwezen.

En tijdens die vlucht zijn zóveel vrienden, broers, ouders omgekomen op volle zee of in de vrieskou van de vluchtelingenkampen…

In Krimpen wonen ook veel mensen die als soldaat naar oorlogen zijn gestuurd.

Nederlandse soldaten hebben gewerkt aan vrede en veiligheid geleverd op ontelbaar plekken in de wereld. In Joegoslavië, in Afghanistan, in Nieuw-Guinea, in Mali, Somalië.

Op volle zee of in de jungle, in de woestijn of in de kou. Heel veel veteranen kwamen gewond terug. Meestal niet fysiek gewond, aan hun lichaam, maar heel vaak hebben ze wel mentaal een deuk opgelopen.

Vaak zijn ze sterk genoeg om gewoon door te kunnen.

Maar te vaak is onderschat hoe beschadigd ze zijn geraakt.

Onderschat door de hoge bazen van defensie, maar ook door ons, de samenleving.

Wat weten wij van de verhalen van mensen die moesten vluchten?

Die hun familie van het vlot zagen schuiven en verdrinken?

Wat weten wij van de ervaringen van een Dutchbat-III veteraan?

Wie durft door te vragen als een oude veteraan met tranen in z’n ogen terugdenkt aan de gedode kinderen die hij wilde helpen met een asperientje?

Wat is de motivatie van de jonge vrouwen en mannen, die er voor kiezen om bij de politie te gaan, bij de mariniers?

Medisch-specialist bij de landmacht? Hoe diep zitten de emoties als je iemand hebt moeten doodschieten omdat je je maten moest beveiligen?

Heel veel mensen dragen een verhaal met zich mee. Buren die niet meer terugkwamen. Schilderijen die ingepikt bleken, nadat ze terugkwamen uit een concentratiekamp.

Het verhaal van het verlies van een broer.

We kunnen veel leren van het stellen van vragen. Door niet eerst heel stellig en zeker iets te beweren. Vraag eerst eens iets.

En wat heb jij meegemaakt?

Wat heeft u als meest angstige herinnering?

Aan wie denk jij op 4 mei?

Het is goed om elkaar vragen te stellen.

Vragenstellen voorkomt zeker weten.

Vragen stellen maakt het gesprek mogelijk, en leidt tot het delen van de verhalen.

En met het vertellen van verhalen krijgt herdenken vorm.

Zodat wij niet vergeten wat er is gebeurd. En wat er nog steeds op teveel plaatsen van de wereld gebeurt.

Morgen is het 5 mei, dan denken we er aan dat wij – ondanks corona – bevrijd zijn.

Dat wij vrij zijn. Wij mogen geloven, denken, zeggen wat we willen.

Zélfs als we in die vrijheid domme dingen zeggen,

of domme dingen doen, dan nog mag dat.

Dat is niet te bevatten, zo waardevol.

Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s