Toespraak Bevrijdingsdag 5 mei 2020

Dames en heren,

Jongens en meisjes,

Dit jaar zouden we groots en meeslepend vieren dat we vrij zijn. We herdenken het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog, 75 jaar geleden.

We staan dit feest-jaar stil bij de vrijheid die is bevochten door mensen die daarvoor grote offers hebben gebracht. We vieren dat we sinds 1945 weer in vrijheid leven, in het besef dat we samen verantwoordelijk zijn om vrijheid door te geven aan nieuwe generaties. Allerlei mooie activiteiten, de verhalen-bus, samen eten, vuur uit Wageningen, vandaag de bevrijdings-festivals, allemaal zijn ze niet doorgegaan. Dat is heel erg jammer. Maar toch moeten, mógen we vandaag stil staan bij de bevrijding. Bij vrijheid.

Gister stonden we stil bij de honderd-duizenden slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Bij de Joodse Krimpenaren die vermoord zijn, bij de mensen die omkwamen door honger, oorlogsgeweld enzovoorts.

Nederland werd op brute wijze bezet door nazi-Duitsland. Door soldaten uit heel veel landen werd de bezetter verjaagd. Die bevrijding betekende het herstel van onze democratische rechtsstaat. De rechten en vrijheden die daaruit voortkomen, zijn niet vrijblijvend.

Vrijheid zoals we die hebben, die geeft iedereen verantwoordelijkheid voor het behouden en het versterken ervan.

Vrijheid vraagt om onderhoud.

Om te mogen zijn wie je bent, moet je veilig zijn in je eigen huis, je eigen buurt, je eigen school, straat, samenleving. Ookal worden mensen ongemakkelijk van hoe jij wil zijn.

Om te mogen zeggen wat je wil, moet je niet bang hoeven zijn voor de dictatuur. De dictatuur van de klas, van de mentaliteit langs de lijn, van de zware stampende laarzen. Ookal worden mensen ongemakkelijk van wat jij wil zeggen.

Vandaag vieren we ook dat de Krimpenaren vrij zijn die uit oorlogslanden hierheen zijn gekomen. Hun aanwezigheid leert ons heel direct dat er veel plaatsen zijn in de wereld waar geen vrijheid is.

De onvrijheid van slaven in de mijnen, de onvrijheid van minderheden die onderdrukt worden, de onvrijheid van volken die hun eigen vlag niet mogen hijsen. Het houdt ons scherp: wij mogen meer dan zij, want wij zijn vrij.

Vandaag vieren we onze vrijheid.

En jazeker, volgend jaar zullen we naar alle waarschijnlijkheid wéér in vrijheid 4 en 5 mei meemaken. Maar het is ook verdrietig dat we nu al weten dat een aantal mensen er dan niet meer bij zal zijn. Dit jaar zouden we 75 jaar bevrijding immers ook zo groots en meeslepend vieren omdat de generatie die ‘erbij was’ nu zo oud is geworden.

Dat feest-jaar zou ons ‘dank je wel’ aan hen zijn.

Ons ‘wij weten niet hoe het was, maar het lijkt ons verschrikkelijk’. Het jaar waarin we extra stil zouden staan bij de verhalen, de foto’s en de spullen. Dat kan volgend jaar wel weer een keer, maar toch…

Dus bij deze: bedankt. Net als we tegen de veteranen zeggen: bedankt. En tegen al die mensen van hulporganisaties in de kampen en moeilijke landen, vaak nog tijdens of net ná een oorlog: bedankt. Vrijheid is immers meer dan de afwezigheid van oorlog en strijd.

Vrijheid is ook een werkwoord.

Vrijheid moet je in de praktijk brengen.

Zeker in deze ingewikkelde tijden van corona, van thuisblijven, afstand houden en van zorgen om de toekomst is het van belang om dankbaar te zijn. Al was het maar vandaag, bevrijdingsdag 5 mei twee duizend 20.

Dankbaar om wat ons gegeven is en dankbaar te zijn dat we anderen mogen helpen vrij te worden.

Dichtbij en ver af.  

Want wij zijn vrij.

Wij zijn vrij.

Standaard

Toespraak dodenherdenking 4 mei 2020

Vandaag herdenken we hen die vielen in de oorlog en allen die sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog vielen voor volk en vaderland. Het is raar om hier te staan met zo weinig mensen. Maar die vrijheid hebben we vandaag de dag niet.

We doen het er maar mee. Fijn dat u kijkt.

Omdat het dit jaar 75 jaar geleden is dat we bevrijd werden, zouden we dit jaar speciaal maken. De herdenking extra groot maken. De verhalen nog een keer extra goed vertellen en opschrijven.

Honderd-duizenden Nederlanders gingen dood in de Tweede Wereldoorlog. Velen stierven in de strijd. Nog meer Nederlanders stierven van honger, bombardementen, vernietigingskampen of als politieke gevangene. De beschuldiging door een buurvrouw “het is een jodin” was voor de nazi’s al voldoende om iemand te vernietigen. Om hele families uit te roeien.

In de mei-dagen van 1940 vielen de Duitsers ons land binnen. Een leger dat nog op de fiets naar het front ging, streed dapper maar kansloos. Ook uit ons dorp. Vier van hen vonden de dood.

Gerrit de Vries, 29 jaar oud, stierf in Millen Sint Hubert, op 10 mei 1940.

Ook Johannes Nobel, 28 jaar oud, stierf op 10 mei 1940 in Mill.

Jan Buijs, 19 jaar oud, stierf op 10 mei in Delft.

Jan Mourik, 30 jaar oud, stierf in Sint Oedenrode, op 12 mei 1940.

Maar ook de jonge Dirk van der Velden stierf door de nazi’s. Hij dook onder, maar nadat de burgemeester van Krimpen hem had laten arresteren werd hij afgevoerd naar Kamp Vught, waar hij dood ging.

Arie Cornelis van der Giessen, Willem Houweling, Cornelis Jongeneel, Jan Pieter Klomp, Boelo Koens, Jan Twigt, Teunis Otterspeer – hun namen staan op de steen, hier bij de begraafplaats IJsseldijk.Zij stierven door honger, dwangarbeid, door een kogel of uitputting.

Ook staan daar de namen van vier mensen die door de Duitsers vermoord zijn omwille van hun Joods-zijn, of ze dat nou echt waren of niet.

Cornelis Engelse: Toen de Duitsers verplicht stelden dat mensen met tenminste één Joodse grootouder zich moesten melden bij het Bevolkingsregister in het gemeentehuis, deed hij dat niet. Op het gemeentehuis schreven ze toch ‘jood’ bij zijn naam. Hij stierf inconcentratiekamp Mauthausen II.

Aan de Waalsingel woonde de joodseSelma van Reeuwijk geboren Hagens Na een hooglopende ruzie met één van de buren diende die buur een klacht in bij de politie. Zij werd naar kamp Auschwitz gestuurd en vermoord.

Adolf Moses werd in juli 1942 uitgeschreven uit het Bevolkingsregister van Krimpen aan den IJssel. In juli 1943 ging hij vanuit Westerbork op transport naar Auschwitz. Hij werd bij aankomst vermoord.

Zijn zusje Lea Dasberg, hun vader Julius Moses en hun moeder Elisabeth Fuld waren daar toen al vermoord. Hun oudere broer Morits Machiel werd in kamp Sobibor vermoord.

Tot slot Herrim Matzcinsky. Op zijn 19ezocht hij veiligheid in Nederland, omdat het in Oost-Europa te gevaarlijk was geworden. In maart 1943 is ook hij in Sobibor vermoord.

Er wordt gezegd dat een mens pas echt dood is als niemand meer aan hem denkt.Daarom is het goed en belangrijk dat hun namen vastgebeiteld staan. Daarom denken wij elk jaar op 4 mei aan deze mensen. En aan al die andere mensen die stierven vanwege de oorlog.

Want na de bevrijding in 1945 was er geen wereldvrede. Nederland was bevrijd, maar de strijd voor herstel kon toen pas goed beginnen. Er werd nog doorgestreden in Indië, waar ook vele Krimpenaren heen gegaan zijn. Daar hebben ze vaak verschrikkelijke dingen meegemaakt, die nog decennia lang een stempel hebben gedrukt op hun leven en dat van hun naasten.

Daarbij mogen we niet vergeten hoe de KNIL-soldaten namens ons land hebben gestreden. Wat hádden zij een betere behandeling verdiend, na hun komst in ons land…

En als we aan hen denken, moeten we ook denken aan alle volken op aarde die niet vrij zijn om hun eigen vlag te hijsen. Die niet hun eigen liederen mogen zingen.

Vrijheid is een kostbaar goed: wij mogen veel meer dan zo veel andere mensen.

Vandaag gedenken we in dankbaarheid ook al die verzetshelden en veteranen die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid en die van zo vele anderen. Strijd en inzet in de Tweede Wereldoorlog, in Nederlands-Indië, Nieuw Guinea, Bosnië, Cambodja, Afghanistan, Irak, Mali…, zo ontzettend veel landen!

Wij denken vandaag ook aan al die veteranen die wel terugkwamen, maar beschadigd van binnen. Soms pas decennia later kwamen, komen wonden aan de oppervlakte. Wat hebben ze daar soms onder te lijden, en hun naasten ook. Daar past ons slechts bewondering voor die moed. En een helpende hand, waar nodig.

Vandaag denken we aan de onvrijheid. Onvrijheid door stampende laarzen, door honger en geweld. Niet mogen zeggen wat je denkt. Niet genoeg te eten hebben. Moeten vluchten omdat de dictator je vader en je broer in zijn leger wil. Verhalen die we elke dag ook in Krimpen kunnen horen van onze Syrische dorpsgenoten. Het gebeurt vandaag de dag nog steeds, overal.

Door te herdenken, door stil te staan bij de slachtoffers die vielen en door stil te staan bij de offers die gebracht zijn en worden doen we recht aan onze vrijheid. We zeggen ‘dank je wel’ aan hen die ons deze vrijheid teruggaven. We zeggen: ‘wij zullen het waard zijn’. Want dat is vandaag de dag, vandaag op 4 mei 2020, van belang.

Vrijheid is niet gratis

Vrijheid is niet voor niets

Vrijheid is bevochten, voor ons. Door hen.

Wij gedenken hen en wij eren hen.

Dank u wel.  

Standaard

Column: De kindergemeenteraad

Door de coronacrisis gaan veel leuke dingen niet door. Of gaan anders, maar dan niet echt leuk. Verjaardagen bijvoorbeeld. Of school. Naar de bioscoop gaan. Voetballen. Allemaal dingen die we nu niet mogen doen op de manier die we willen.

Vergaderen met een heleboel mensen bij elkaar mag ook niet. En u zou denken, dat is toch ook wel lekker. Want wie vindt vergaderen nou leuk? Het zal u nog verbazen!

Het is belangrijk dat de gemeenteraad zo goed en kwaad als het lukt toch nog besluiten kan nemen. Via een schermpje elkaar ‘zien’ werkt wel, maar niet echt.

Ik mis de mensen: de raadsleden, de wethouders, de mensen van de griffie, de bodes, de techniek. Buiten de vergadering om is het namelijk ook gezellig. Dat is op een scherm anders. Dan gaat het toch ‘efficiënter’.

Wat écht jammer is, is dat de kindergemeenteraad niet meer bij elkaar kan komen. Dit jaar zitten in deze raad weer hele leuke, slimme en actieve kinderen. De bijeenkomsten die we tot nu toe wél gehad hebben waren heel goed. En leuk. Met ontzettend goede ideeën. Afscheid nemen gaan we natuurlijk nog wel doen, en ze bedanken. Maar dat is toch anders.

Tegen die tijd zijn ze geen groep 8’ers meer maar brugklassers.

Martijn Vroom

Burgemeester

 

 

 

 

Standaard

Column: Helaas…

(column van 13 april 20)

Het zijn roerige tijden. Het zijn ook stille tijden. Het is niet leuk, zo stil.

In de natuur hoor je de spechten beter en meer en meer trekken ook roofvogels de bebouwde kom in. Op zich leuk, maar de reden is niet fijn. Het is ‘corona-tijd’. We blijven zoveel mogelijk thuis en als we dan toch naar buiten gaan houden we afstand. Wielrenners hangen de fiets voorlopig aan de wilgen of gaan er hooguit in hun uppie op uit.

De lintjesregen gaat niet door, althans, niet vóór de zomer. We gaan er nog wel iets van maken, maar zonder mensen erbij. Ook de aubade gaat niet door. Net als de 4-mei bijeenkomst: geen muziek of dienst in de kerk vooraf, geen mensen op de begraafplaats. Ik zal een krans leggen en iets zeggen, maar u mag het alleen via de LOK of facebook volgen.

Op 5 mei ook geen vuur uit Wageningen, geen feest of diner met z’n allen.

Met Pinksteren geen Bloemetjesmarkt.

Allemaal dingen die niet doorgaan. Sommige activiteiten proberen we te verplaatsen naar een andere keer. Maar heel wat zal ook gewoon vervallen.

Helaas.

Maar we weten allemaal dat het om een goede reden is.

Samen sterk, tegen corona.

 

Martijn Vroom

Burgemeester

 

 

 

Standaard

Column: Hou vol! Hou afstand

(column van 10 april 20)

Het begint inmiddels gewoon te worden. Thuis blijven, handen wassen en afstand houden. Maar met het mooie weer is het steeds lastiger om dit vol te houden.

Want aan de ene kant is thuisblijven de opdracht. Maar aan de andere kant zegt premier Rutte ook niet voor niets dat je wel even naar buiten mag. Een frisse neus en een zonnetje op je bol, dat is ook belangrijk.

Toch zijn we nog lang niet klaar met deze crisis. Iedereen kan er nog steeds doodziek van worden. Want ook al ben jij niet ziek, je kunt het wel bij je dragen en iemand anders ziek maken die géén goede weerstand of conditie heeft. En dan heb jij iemand op de Intensive Care laten belanden.

Voor de kerken is de paasweek de belangrijkste week van het jaar. Niet mogen samenkomen is dan pijnlijk. Maar wel noodzakelijk. Voor velen is het paasweekend ook tijd voor familie en vrienden. Niet samenkomen is de opdracht.

Hou vol!

Hou afstand.

 

Martijn Vroom

Burgemeester

 

 

 

Standaard

Column: Krimpen tijdens corona

Afgelopen vrijdag sprak ik Dick de Klerk van de LOK. Op onze lokale omroep – beeld en geluid – spraken wij over de situatie.

Het is natuurlijk een onwerkelijke tijd, waarbij veel mensen bang zijn. Het is ook verwarrend wat je nou wel en niet mag.

Daarom ben ik erg blij en trots op alle Krimpenaren die zo ontzettend goed meedoen.

Meedoen met thuisblijven.

Met handen wassen.

Met afstand houden.

En meedoen met aandacht geven aan elkaar. Balkon-bingo, muziek op de binnenplaats, kaarten door de brievenbus, tulpen op de stoep, bel-cirkels voor aandacht, senioren-uurtje in de supermarkt…

Op anderhalve meter afstand blijven lukt de meeste mensen. Helaas is een aantal jongeren niet in staat om dit te snappen.

In de nacht komen ze samen op bekende plekken.

Maar om dáár nou een hele speeltuin 24 uur per dag verboden toegang te verklaren?

Dan straffen we ook al die mensen die het wél goed doen.

De aanpak wordt daarom maatwerk. De blauwe hokken zijn nu sowieso verboden terrein.

De komende dagen zal duidelijk worden wat maatwerk inhoud, maar in ieder geval proberen we zoveel mogelijk te voorkomen dat meer hangplekken volledig op slot gaan.

Want verreweg de meeste mensen doen wat moet: blijf zoveel mogelijk thuis, was vaak en nog vaker je handen en houd afstand.

 

Martijn Vroom

Burgemeester

 

 

 

Standaard

Column: Tekeningen, bloemen en telefoontje

23/3/2020

Wat ben ik trots om burgermeester te zijn van een gemeente die zoveel voor elkaar doet. Mensen in de zorg die dag en nacht werken om er voor hun patiënten te zijn en vele andere Krimpenaren die allerlei initiatieven ontplooien om elkaar een hart onder de riem te steken.

Zo zijn er kinderen die in hun tuin of op straat krijttekeningen maken. Natuurlijk is het belangrijk dat ze dit niet in een kluitje dicht bij elkaar doen. Met meer dan anderhalve meter afstand van elkaar kan je ook een mooie tekening maken! Ook zijn er Krimpenaren die dagelijks mensen bellen die geen bezoek meer mogen krijgen. Wat fijn dat jullie dit doen!

Namens Stichting De Vrienden Van worden deze week in Krimpen achthonderd bossen bloemen aan mensen in de zorg, politie en brandweer uitgedeeld. Wij zijn blij met dit soort initiatieven, maar doe deze wel zorgvuldig. Dus laten we er met elkaar voor zorgen dat de mensen die de bloemen uitdelen altijd hun handen voor- en achteraf goed hebben gewassen en zeker meer dan anderhalve meter afstand houden.

Neem ook nooit een risico, want een bloemetje geven én krijgen is leuk, maar niet van levensbelang. Dat zijn de maatregelen rond het coronavirus natuurlijk wel.

 

Martijn Vroom

Burgemeester

Standaard

Column: Samen tegen Corona

16/3/2020

De aanpak om de uitbraak van het Coronavirus tegen te gaan vraagt veel van onze  samenleving. Het vraagt ook voortdurend om passende maatregelen op landelijk, regionaal en Krimpens niveau. Zo werken mensen dag-en-nacht om deze zo goed mogelijk te regelen. Hulde daarom voor alle verpleegkundigen, huisartsen, thuisbezorgers en anderen die er maar mooi voor zorgen dat in deze roerige tijden alles zo goed mogelijk blijft draaien.

Het is mooi om te zien dat ook ‘gewone ‘inwoners van Krimpen aangeven een handje te willen helpen. We gaan kijken of we dit lokaal kunnen organiseren, maar voor nu vraag ik u om alvast in uw eigen omgeving te kijken wie hulp nodig heeft. Kent u iemand die alleen woont, geef die dan eens de komende dagen een belletje. Of doe een boodschap voor iemand die de deur niet uit kan.

Gelukkig doen we dit met elkaar want we hebben elkaar nodig om de uitbraak van dit virus te verslaan. Hiervoor is het én blijft het belangrijk om fysieke contacten te beperken. Houd gepaste afstand (1,5 meter) van elkaar en blijf de hygiënemaatregelen in acht nemen.

Houd oog voor elkaar en zorg voor elkaar en vooral voor de kwetsbare onder ons.

Martijn Vroom

Burgemeester

 

 

Standaard

Column: de rekenkamer

Als overheid hebben we veel macht. We innen belasting. We leggen dwingende maatregelen op. We mogen grenzen stellen aan waar je mag lopen, rijden en bouwen.

Als gemeente geven we veel geld uit.

Alle uitgaven gaan via de gemeenteraad.

Het college van burgemeester en wethouders doet voorstellen.

Het grootste voorstel is de jaarlijkse begroting.

De gemeenteraad stemt daar doorgaans mee in.

Plannen en voorstellen die daar significant van afwijken – bijvoorbeeld wat betreft het budget – gaan door het jaar heen ook via goedkeuring van de gemeenteraad.

De gemeenteraden vormen een lekenbestuur.

Raadsleden hebben van veel dingen verstand, maar– in principe – zijn ze ‘een leek’ op het gebied van het doen en laten van de gemeente.

Dat is met opzet: het dagelijks bestuur (burgemeester, wethouders) zijn de professionals.

De gemeenteraad is, wat beleid en uitgaven betreft, het controlerend orgaan.

Ze heeft veel manieren om die controle uit te oefenen.

Naast de gemeentelijke accountant hoort daarbij ook de rekenkamer.

Als onafhankelijk instituut werkt de rekenkamer voor de raad.

Zij onderzoekt onder meer de rechtmatig- en de doelmatigheid van de uitgaven.

Wij zijn sinds vorige week formeel aangesloten bij de rekenkamer Rotterdam.

Die staan bekend als zeer kundig en kritisch. Daar zijn we blij mee!

 

Martijn Vroom

Burgemeester

 

Standaard

Column: digitale snelweg

Eigenlijk is het best gek dat we dat allemaal voor onszelf regelen als gemeenten.

De hoofdinfrastructuur was vroeger een serie lange verharde wegen. De volgende stap waren de waterwegen. Niet alleen langs de kust en waar toevallig een rivier liep konden schepen komen, ook door de gegraven kanalen konden nieuwe gebieden voor scheepvaart bereikbaar worden. Handig voor bulkvracht. Daarna kwam het spoor. Al deze ‘snelwegen’ werden – in ieder geval in Europa – gecoördineerd aangelegd. De overheid keek waar en hoe. En vaak ook met wie.

Met het internet is dat net even anders. De zendmasten zijn van commerciële bedrijven, alleen voor het plaatsen hebben ze een vergunning nodig.

Met het échte internet, namelijk dat via de kabels in de grond, is het nog weer anders geregeld. De glasvezelnetwerken zijn sneller dan het draadloze. En er is meer ‘plek’ op het glas dan via de masten.

Maar tussen gemeenten bestaan grote verschillen in regels en kosten als je dat als aanbieder wil ingraven. En dat is gek. Want juist internet houdt niet op bij de gemeentegrens. Misschien zouden we dat eens moeten coördineren. Te beginnen binnen de Metropoolregio.

Immers; goed internet is cruciaal. Zowel voor een rustig gezinsleven (grapje) als voor de (lokale) economie.

Martijn Vroom

Burgemeester

 

(2 mrt 20)

Standaard